Schenken aan partner en meerdere schenkingen in één jaar

Kan er door schenken aan een partner of juist dat na te laten erf- of schenkbelasting worden bespaard? Iedere verkrijger heeft immers een vrijstelling in de erf- en schenkbelasting. Hoe zit dat belastingtechnisch gezien?

Als ieder van de partners een vrijstelling kan benutten, kan op de volgende manier erf- of schenkbelasting worden bespaard.

A heeft één dochter B. A is ongehuwd en niet geregistreerd als partner. A heeft een vermogen van € 100.000. Indien B enig erfgenaam is, is zij ongeveer € 7.500 aan erfbelasting verschuldigd. Immers, € 100.000 -/- € 25.000 = € 75.000 x 10% = € 7.500. Door een geldbedrag van € 2.500 aan B’s partner C na te laten, kan er € 250 erfbelasting worden bespaard (10% van € 2.500). De besparing is wellicht klein, maar naarmate er meer kinderen met een partner zijn, kan de besparing toenemen.

Helaas voor A gaat het voorgaande niet op. In artikel 25 van de Successiewet 1956 is voor deze situatie een regeling opgenomen. Volgens deze bepaling worden erfrechtelijke verkrijgingen door partners voor de berekening van de erfbelasting aangemerkt als verkrijging door één van de partners. Met andere woorden: B en C zijn fiscaal één. Dat wetende: wordt dit dan gezien als één verkrijging door B of C? Gelukkig wordt er uitgegaan van degene die de erflater het naast verwant is: B in het voorbeeld dus.

Nalaten aan schoonkinderen levert dus geen fiscaal voordeel op. Dit wordt gezien als één verkrijging door het eigen kind. Civielrechtelijk (voor de rechtsverhouding tussen burgers) kan dit wel nadelig zijn. Stel, A heeft in haar testament een uitsluitingsclausule opgenomen. Dan hoeft zij bij een eventuele (echt)scheiding de erfenis van € 100.000 niet te delen met haar ex-partner. Erft C, omdat hij in het testament van A als erfgenaam wordt genoemd, dan komt dit bedrag aan hem toe en dat blijft zo bij een eventuele scheiding. Dit kan reden zijn voor A om alleen B tot erfgenaam te benoemen.

Voor de schenkbelasting is een soortgelijke regeling opgenomen: artikel 26 van de Successiewet 1956. Partners worden voor de berekening van de schenkbelasting als één persoon aangemerkt. De schenkbelasting wordt alsdan berekend naar de naaste verwantschap tussen de schenker of diens partner en de begiftigde of diens partner. De erfrechtelijke en schenkingsrechtelijke regelingen komen daarmee met elkaar overeen. Door het vermogen bij leven weg te schenken aan een kind en zijn partner, kan dus geen voordeel worden bereikt ten opzichte van de erfrechtelijke regeling.

Het idee kan opkomen om in één jaar meerdere schenkingen te doen, omdat voor elke schenking een vrijstelling geldt. Als dat zo is, is het gunstig om meerdere kleine schenkingen aan één en dezelfde persoon te doen, in plaats van één grote schenking. Ook voor deze situatie is een regeling opgenomen: artikel 27 van de Successiewet 1956. Daarin staat dat de gedurende een kalenderjaar door dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde gedane schenkingen, worden aangemerkt als deel uitmakend van één schenking ten belope van het gezamenlijke bedrag.

Met andere woorden: alle in een kalenderjaar gedane schenkingen moeten bij elkaar worden opgeteld en worden fiscaal beschouwd als één schenking.

Meer weten over MN adviseurs & accountants of hulp nodig? Kijk op mnadviseurs.nl en/of neem gerust contact met ons op onder T: 0031 85 0401120 of E: info@mnadviseurs.nl

* Wij streven ernaar om middels de nieuwsberichten op deze website correcte en actuele informatie te verschaffen, maar kunnen niet garanderen dat die informatie na verloop van tijd nog steeds juist, volledig en actueel is. Wij aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor de gevolgen van handelen of nalaten op grond van de inhoud van de nieuwsberichten

 

MN_Paul_en_Mike_balie_FB.jpg

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief. 

Voor meer informatie verwijzen wij naar onze Privacy Statement
*  Website URL
Inschrijven

Deze website is gemaakt door  websignaal.png