Bel +31 (0)85 040 11 20 of mail info@mnadviseurs.nl
Als dga kunt u een lening afsluiten bij uw eigen BV. Maar wat nu als de inspecteur de lening aanmerkt als winstuitdeling? Welke factoren zijn daarvoor bepalend en hoe kunt u discussie hierover voorkomen?
Als dga kunt u meestal vrij makkelijk een lening afsluiten bij uw eigen BV. Dit is bovendien aantrekkelijk, omdat de betaalde rente aan uw eigen BV toekomt in plaats van aan de bank. Er schuilt wel een gevaar in dit soort leningen, zoals we onlangs zagen in een zaak voor de rechtbank (ECLI:NL:RBGEL:2025:6003) Wat speelde er?
In deze zaak ging het om twee leningen van een BV aan de enige aandeelhouder, de dga van de BV. In totaal ging het daarbij om een bedrag van € 550.000. De leningen waren volgens de aangifte bestemd voor onderhoud aan de eigen woning en de rente op de leningen was dan ook in aftrek gebracht. De aangifte werd in eerste instantie door de inspecteur gevolgd, maar werd twee jaar later gevolgd door een navordering voor de dga en voor zijn partner. Daarin werd het bedrag van een van de leningen ter grootte van € 350.000 bij de dga voor de helft als winstuitdeling aangemerkt en belast in box 2.
Hetzelfde gebeurde voor de andere helft bij de partner van de dga. Bovendien werd de op de lening betaalde rente niet geaccepteerd als aftrekbare hypotheekrente. Omdat de dga het hiermee niet eens was, ging hij in bezwaar en na afwijzing ervan in beroep bij de rechtbank.
Volgens een eerdere uitspraak van de Hoge Raad is het bij een lening van een BV aan de dga cruciaal of deze kan worden afgelost (ECLI:NL:HR:2023:26) . Is dit niet het geval, dan kan er sprake zijn van een winstuitdeling. Daarvoor is het van belang of het de bedoeling is geweest de dga te bevoordelen en dat de BV en de dga zich hiervan bewust moeten zijn geweest.
De rechtbank ging om te beginnen na of de verstrekte lening door de dga zou kunnen worden afgelost. Dit bleek niet het geval. De dga en zijn partner bezaten weliswaar een woning met een WOZ-waarde van € 674.000 in 2016 en een taxatiewaarde van € 1.850.000 in 2021, maar hierop rustten al hypotheken ter waarde van zo’n € 1,4 miljoen. Daarnaast had de dga bij zijn BV al een rekening-courant lopen van zo’n € 2 miljoen. Volgens een berekening van de rechtbank hadden de dga en zijn partner in het betreffende jaar een netto-inkomen van zo’n € 104.000, maar was alleen al aan rente en aflossingen een bedrag gemoeid van ruim € 89.500. Per saldo bleef er een bedrag van zo’n € 15.000 op jaarbasis netto te besteden. Aangezien alleen al de rente op de nieuwe lening € 16.800 per jaar bedroeg, was het saldo negatief, nog afgezien van uitgaven aan levensonderhoud.
De rechter was dan ook duidelijk dat de lening niet zou worden afgelost. Dat er in de toekomst wellicht dividenduitkeringen zouden worden verstrekt, deed hier niets aan af.
Volgens de rechtbank was de lening door de inspecteur terecht aangemerkt als een winstuitdeling. Duidelijk was dat de lening nooit aan een willekeurige derde onder dezelfde voorwaarden zou zijn verstrekt, ook niet als deze in dienst van de BV zou zijn geweest. Ook had de dga, gelet op zijn inkomenspositie, de lening niet van een bank kunnen verkrijgen. De dga moest zich, net als de BV, ook bewust zijn geweest van het gebrek aan terugbetalingscapaciteit. De lening was dan ook terecht als winstuitdeling aangemerkt en de navordering bleef in stand.
Meer weten over MN adviseurs & accountants, hulp nodig of onderdeel worden van ons team? Kijk op mnadviseurs.nl en/of neem gerust contact met
ons op onder T: 0031 85 0401120 of E: info@mnadviseurs.nl
* Wij streven ernaar om middels de nieuwsberichten op deze website correcte en actuele informatie te verschaffen, maar kunnen niet garanderen dat die informatie na verloop van tijd nog steeds juist, volledig en actueel is. Wij aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor de gevolgen van handelen of nalaten op grond van de inhoud van de nieuwsberichten